Bij
vraagt Vos, Konijn en Beer op een grote pot met honing te
passen, terwijl hij weg is om 'iets te doen'. Alledrie houden ze
veel van honing. Ze spreken af, om de beurt bij de pot te
blijven. Alleen met de lekkernij kunnen ze het niet laten om er van te snoepen. Vlak voordat Bij terug komt, is de pot
voor de helft leeg. Vos weet iets, waardoor Bij het
niet zal merken..
Een muzikale vertelling over vriendschap. Vanaf 4 jaar t/m 7 jaar, speelduur 30 minuten.
tekst Ron Vernout muziek Paul Verschoof en Ron Vernout gilet De Hoge Hoed Zutphen taart Verrassend Veelzijdig
Op
de open plek kwamen ze elkaar tegen; Vos, Konijn en Beer. "Ik
wandel vandaag tot het eind van het bos en dan weer terug"zei
Vos. Konijn haalde een hamer uit de tas die hij om z'n schouder
droeg en liet hem aan Vos en Beer zien. "Heb ik net van
Mier geleend, zei hij, ik moet de deur van mijn huis maken,
die zit helemaal los" "En jij?" vroeg Vos aan
Beer."Wat ben jij van plan" "Eh..niets..,
nee,.niets" zei Beer. "Niets?" vroeg Vos "Hoe
doe je dat,.. niets?" vroeg
Konijn, terwijl hij de hamer weer in de tas stopte. "Tja.."
zei Beer, "Ik.. ga onder een boom zitten..en..doe vanzelf
niets.. denk ik"
Vos keek naar de deksel die op de pot zat en dacht:
De pot maar even open,
niemand zou het zien
heel vlug een hapje nemen
of een tweede wel misschien
dan weer voorzichtig sluiten
geen vlekje op het glas
geen deukje in de deksel
en geen spoortje in het gras
Konijn keek naar het bovenste randje van de honing, net onder de deksel en dacht:
Een enkel piepklein likje,
dat is wat ik wil
waardoor m'n tanden knarsen
en ik ook een beetje ril.
Als ik het heb genomen
maak ik het kuiltje glad
Geen dier zal er dan weten,
dat ik aan de honing zat
Beer zag de hele pot met de heerlijke honing en dacht:
Die honing moet ik hebben,
helemaal voor mij
de zoete bloemengeuren,
ik zal niet eerst wat proeven,
eet alles in een keer
en daarna heerlijk slapen,
als een zeer tevreden Beer
daarna heerlijk slapen,
als een zeer tevreden Beer
Lied van Bij
Zoals de bijendans en elke vlinderstruik
de stenen langs de sloot
ken ik mijn vrienden goed,
hier in het grote bos
ze hebben mooie namen,
Beer,
Konijn en Vos
Zoals
de brede gang dwars door de dikke heg
de bloemen in de wei
daarheen de kortste weg
zie ik mijn vrienden graag,
moet lachen ied're keer
om grapjes die ze maken,
Konijn,
Vos en Beer
Zoals
het vliegen met mijn vader, hij voorop
of hoe mijn moeder zong
bij truien in het sop
mis ik mijn vrienden echt,
wanneer ze er niet zijn
kan dan alleen maar wachten,
Vos,
Beer en Konijn
(uit: Niet van snoepen hoor!)
naar boven